Motto: a woman should not die while giving life

Joris Tielens Coop-Africa, Sint-Ursulafietst2017 Leave a Comment

Kenia is het land van de lach. Kenia houdt van bezoekers. Kenianen zijn trots en vereerd dat wij komen kijken naar hun land, hun leven, hun uitdagingen. Je wandelt over straat en mensen zijn oprecht geïnteresseerd in wie je bent, waar je vandaan komt. Heten je welkom in hun land, wensen dat je terugkomt, en garanderen je dat ze dan weer met hun armen open zullen staan. Bezoekers krijgen altijd het beste eten, zelfs al moeten ze daarvoor lenen bij de buren. Een fles frisdrank drinken ze nooit leeg, zodat er steeds iets is voor een eventuele bezoeker. Hier zijn mensen bezig met mensen. Niet met zichzelf, maar met elkaar.
Maar achter die lach schuilt een harde wereld. Vandaag hebben we de harde realiteit gezien in een weeshuis gespecialiseerd in kinderen van 0 tot 5 en kinderen met een beperking. Vandaag hebben we een wereld gezien waar kinderen achtergelaten worden in vuilnisbakken. Ouders of heel vaak alleenstaande moeders kunnen de zorg niet aan. Hoe groot is je ellende wanneer je als moeder vlak na de bevalling je kind in een plastiek zak knoopt en op goed geluk langs de kant van de weg achterlaat? Hopend dat iemand het oppikt. Hopend dat een vrachtwagen het ziet liggen en alarm zal slagen. Dat omwonenden het zullen opnemen, ervoor zorgen. Maandelijks, wekelijks, dagelijks worden Keniaanse kinderen wees.
Vandaag zagen we ook de wereld waartegen vrijwillige gezondheidswerkers vechten. Een Health Care Center in een sloppenwijk, een wereld van lijmsnuivende kinderen, ondervoede baby’s, verslaafde ouders, verkrachting, huiselijk geweld, geen geld voor eten… Maar de grootste bierkaaien zijn HIV en malaria, een ziekte die ze omschrijven als dynamisch en oneindig. Het Health Care Center zet vol in op het opvoeden van moeders, preventie van ziektes, en het opsporen van thuissituaties die problematisch zijn om welke reden dan ook. Maar ondanks hun enorm sterke intenties, hun ongelooflijk uitgebreid en geworteld systeem, stootten ook zij steeds weer op een tekort: een tekort aan middelen, een tekort aan plaats, een tekort aan medicijnen, een tekort aan labotesten, een tekort aan mensen, een tekort een fietsen, kortweg een tekort aan structuur, aan overheid. Zo worden ze gedwongen om keuzes te maken. Om de zoveel weken komt er een lading medicijnen aan die vaak niet voldoende zijn voor iedereen, wie help je eerst? Vrouwen mogen na de bevalling slechts een paar uur blijven, want er is te weinig plaats. Omdat ze niet iedereen kunnen testen op HIV en malaria, krijgen kinderen onder 5 jaar voorrang. Maar ook al dwingt de realiteit tot keuzes, dan nog wordt niemand losgelaten. Wie geholpen werd of hulp weigert, wordt opgevolgd. Ook al spenderen gezondheidswerkers dagelijks uren aan hun gemeenschap en moeten ze dat combineren met een job zodat hun eigen familie kan eten, dan nog laten ze niemand los.
Overheden doen hier hun werk, maar vaak te weinig, te traag, niet op de juiste plek of gewoonweg te corrupt. Dit is een land waar politici niet het belang van elke bewoner vooropstellen, maar de voorkeur geven aan stammenbelangen of eigen zakken. Wie eenmaal aan de geldpotten geraakt, blijft daar zo lang mogelijk zitten. Zelfs wanneer democratie daarvoor aan de haren getrokken moet worden. Tussen de macht van het geld en de gewone mensen gaapt daardoor een immens gat. Het zijn die mensen die we hier te zien krijgen, weg van de toeristische paden, gewone mensen vol warmte en idealen. Mensen die problemen zien en tijd maken voor anderen om die op te lossen. Die blijven geloven in het potentieel van dit land en haar mensen. Die willen bouwen aan een toekomst, maar steeds botsen op een overheid, op sterk bijgeloof, op vastgeroeste tradities, … Kenia is een grote vriendelijke reus die met een been in de toekomst staat, een warme reus die vooruit wil en kan. Maar het andere been zit vast in de modder van het verleden.